20.
Op 23 januari 1948 vond in de Harmonie in Winterswijk een openbare vergadering plaats van het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid afd. Winterswijk. Spreker was oud Luitenant- Generaal van het KNIL, J. Beumer van het Nationaal Comité. Deze spreker stelde dat er nu een eenheidsstreven en geen nationalisme is in Indië. Dat streven zou op den duur weer uiteen kunnen vallen en leiden tot een burgeroorlog, corruptie en haat. De grote fout die wordt gemaakt is dat de Indische bevolking wordt overgeschakeld op westerse democratie. Volgens Beumer kan dat niet en werd de situatie onhoudbaar. De leiders van het vrijheidsstreven zijn communistisch en in Rusland opgeleid. Het zijn misdadigers en schavuiten en er wordt door de Nederlandse regering mee onderhandeld, ook nog na de politionele acties. Het enige element dat de bevolking bijeen kan houden is het Nederlandse element. De spreker werd tijdens zijn betoog geïnterrumpeerd door Jan Albert Wiggers, die kort geleden uit Nederlands Indië was teruggekeerd. Hij noemde de beweringen van Beumer leugens en wilde een betoog houden om de waarheid te vertellen. De voorzitter van de vergadering, Abram Wildeman, stond hem dat niet toe; interrupties werden niet geduld.
In de jaren 1946-1949 was in Nederland de oppositie tegen de Indië-politiek van de regering. Dat waren achtereenvolgens de kabinetten Schermerhorn-Drees 1945-1946 ( SDAP, CHU en RKSP aangevuld met partijloze ministers), Beel I 1946-1948 ( KVP-PvdA en partijloze ministers) en Drees I 1948-1941 ( KVP, PvdA,CHU en VVD). De Antirevolutionaire Partij was in geen van deze kabinetten vertegenwoordigd en vanuit deze partij werd het verzet tegen de Indië-politiek dan ook met name geleid, hoewel ook bestuurders van andere partijen, ook regeringspartijen, waren vertegenwoordigd. Het verzet werd gebundeld in het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid, dat werd opgericht en geleid door de voormalige premier Gerbrandy, de voormalige oorlogspremier. Verder waren o.m. de voormalige minister van Justitie Johan Furstner en generaal buiten dienst Johan Winkelman lid van het bestuur. In de politieke commissie van het comité zaten Jan Schouten (ARP), Hendrik Tilanus (CHU) en Pieter Zandt (SGP). Nog in 1946 zamelde het Comité tweehonderdduizend gulden in bij particulieren op bijeenkomsten maar vooral bij Indische cultuurmaatschappijen (plantages) en textielmagnaten als van Heek. Het Comité protesteerde tevergeefs bij de Nederlandse regering tegen het akkoord van Linggadjati . Er was een zinloze bijeenkomst met minister-president Beel, die Gerbrandy’s opmerking dat de inlanders door de Nederlandse politiek “in de verdoemenis” werden gestort terwijl het kapitaal van de Nederlands-Indische ondernemingen werd veiliggesteld, beneden alle peil vond.
In maart 1947 fuseerde het comité met de stichting Indië in nood…geen uur te verliezen van H. van Swaay, een ondernemer uit Den Haag, die geld had ingezameld bij bedrijven met belangen in Nederlands-Indië. Om de twee drie maanden waren er landelijke bijeenkomsten. Met een plan voor wijk- en blokhoofden en colporteurs voor huisbezoek werden landelijk 236.000 handtekeningen voor een petitie verzameld. In 1947 waren er door heel Nederland meer dan 250 plaatselijke bijeenkomsten van het Comité. Het Comité werd in januari 1950 opgeheven.
Het comité bediende zich van sprekend beeldmateriaal waaronder een poster waarop een rode vuist de Nederlandse driekleur van de vlaggenstok rukt en tegelijk valt een in tweeën gebroken gouden kroon naar beneden.
Op 29 april 1947 werd de plaatselijke afdeling Winterswijk van het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid opgericht. Voorzitter werd A. Wildeman, secretaris Mr. J. Voorink en penningmeester F. Ritsema. Abram Wildeman was hoofd van de Julianaschool en actief in de Antirevolutionaire Partij. Mr. Voorink was advocaat en voormalig plaatsvervangend burgemeester in 1941-1942. Voorink studeerde rechten en werd bestuursambtenaar in Nederlands Indië. Daar werden ook zijn zoons Coendert Jan ( later tandarts in Winterswijk), Hendrik en Jan Nicolaas geboren.
De overige bestuursleden waren mevr. M.C. Berenschot-de Boer, mevr. J.C. Boogert-Rosierse, R. te Gussinklo, H.J. ten Hagen, J. Hoolhorst, B.W. Kruisselbrink, E. v.d. Lely, J.W. Sellink, H.A. Stoes, J. Sijtsma, W. Verbeek, H.G. Wassink en G.J. Wesselink.
M.C.(Margaretha Catharina) Berenschot-de Boer was de weduwe van generaal Gerardus Johannes Berenschot, de voormalig commandant van het Nederlands-Indisch Leger die in 1941 omkwam bij een vliegtuigongeluk bij Batavia.
Er werden in de jaren 1947-1948 in Winterswijk door het Comité zeker vier bijeenkomsten gehouden, Sprekers waren prof. Gerbrandy, de voorzitter van het Nationaal Comité, voormalig luitenant-generaal van het KNIL J. Beumer, H.M. du Croo, oud kolonel van het KNIL, oud bestuursambtenaar in Nederlands Indië en oud-minister van koloniën C.J.I. Welter en dr. W.K.H. Feuilleteau de Bruyn, ex-luitenant in Indië. Ook plaatselijk tandarts C. van der Veur sprak er over zijn ervaringen in Indië. Bij de bijeenkomst op 13-02-1948 in de Harmonie waar zowel Gerbrandy als Beumer spraken waren wel 400 bezoekers aanwezig. Het plaatselijk comitié organiseerde aktie om handtekeningen te verzamelen voor een petitie aan de Staten Generaal.
Op de avond dat Jan Albert Wiggers tijdens de vergadering opstond om zijn opvattingen naar voren te brengen, werd afgesproken dat er een debat zou plaatsvinden tussen Wiggers en Beumer op een eerst volgende bijeenkomst. De organisatoren en Wiggers werden het echter niet eens over de voorwaarden. Volgens een bericht in de Nieuwe Winterswijkse Courant van 13 februari 1948 wilde het Comité een dispuut na het debat tussen Beumer en Wiggers, maar wilde Wiggers dat niet.
Blijkbaar werden de akties van het Comité door de overheid heel serieus genomen. Door de Centrale Veiligheidsdienst werd aan de plaatselijke politie opdracht gegeven om te rapporteren over de openbare bijeenkomsten van het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid. Door het hele land woonden politiefunctionarissen openbare bijeenkomsten van het Comité bij. Ook in Winterswijk werden verslagen gemaakt en gerapporteerd. Het hoofd van de Veiligheidsdienst, J.G. Crabbendam, stuurde de rapporten door naar de Minister van Overzeese Gebiedsdelen. In het rooms-rode kabinet Beel in 1947 was dat de PvdA-er Mr. J. Jonkman, voormalig gerechtelijk ambtenaar en Officier van Justitie in Semarang en in de oorlog geïnterneerd in een Jappenkamp.
Door Jan Bartus Renskers, agent van politie te Winterswijk en door een agent van het de Rijkspolitie Gewest Gelderland die zijn verslag ondertekent met de afkorting C.V.D., werden uitgebreide rapportages gemaakt van de openbare vergaderingen van de afdeling Winterswijk van het Comité Handhaving Rijkseenheid. Ook het incident waarbij Albert Wiggers de spreker interrumpeerde wordt nauwgezet gerapporteerd. In zijn rapport van 20 maart 1948, no. 596/48 P., vat agent Renskers de toespraak van oud-kolonel Du Croo samen. ‘In de aanvang van zijn betoog wees spr. er op, dat van datgene wat zich thans in Indie afspeelt, een politieke zaak wordt gemaakt, terwijl het in wezen een nationale zaak is. Nederland en Indie zijn onverbroken met elkaar verbonden. Prof. Schermerhorn ziet zulks, aldus spr., wel in en die vraagt zich thans af wat er moet gebeuren. Vooral nu de verkiezingen voor de deur staan zal het Nederlandse volk zich moeten uitspreken wat het wil.
Ook vraagt de Centrale Veiligheidsdienst aan de politie in Winterswijk om een rapport over zowel Abram Wildeman als Albert Wiggers. De Corpschef van Ingen stuurt op 13 maart 1948 het volgende rapport.
Vermeld worden de personalia van A. Wildeman ( geboren in 1909 in Amersfoort) en dat hij zeer actief lid is van de Antirevolutionaire Partij. Beschreven wordt dat hij altijd affiches van het Comité Behoud Rijkseenheid voor zijn ramen hangt en tijden een openbare vergadering van de Partij van de Arbeid in debat is gegaan met prof. Dr. Schermerhorn. ‘A. Wildeman, voornoemd, komt in de politie-administratie alhier niet voor. Hij staat te dezer plaatse gunstig bekend’.
Over J.A. Wiggers wordt gerapporteerd hoe hij naar Nederlands Indië is gegaan en welke functies hij daar heeft gehad. ‘Thans vertoeft genoemde J.A. Wiggers te Winterswijk. Volgens mededeling van zijn broer is J.A. Wiggers met een regeringsopdracht hier te lande. Genoemde J.A. Wiggers is, voor zover bij onderzoek is gebleken, geen lid van de Partij van de Arbeid. Hoe hij politieke georienteerd is, is bij de politie alhier niet bekend. Hij treedt op politiek gebied niet op de voorgrond. In de politie-administratie alhier komt J.A. Wiggers niet voor. Hij staat te dezer plaatse gunstig bekend’. (rapport Gemeentelijk Politiecorps Winterswijk – no. 519/48P.)