
Roswitha Gruber vertelt het verhaal van Helena Jacoby, een boerin uit de omgeving van Trier in Rijnland-Palts. Eigenlijk noteert Gruber het levensverhaal van deze boerin. De boerin vertelt. Gruber heeft zo meerdere geschiedenissen van mensen op het platteland van Duitsland en Zwitserland geboekstaafd. Andere titels zijn Mein Leben als Berghebamme ( Mijn leven als vroedvrouw in de bergen), Wir Bauernkinder en Die Grossmutter von Weiherhof . Gruber heeft tientallen boeken geschreven en ze blijft heel dicht bij het verhaal van haar informanten. Die vertellen wat ze willen vertellen. Niet meer en niet minder. Ze schrijft vooral over vrouwen.
Helena Jacoby wordt geboren op een boerderij en voorbestemd om te trouwen met een boer en de dienstbare vrouwen- en moederrol op zich te nemen. Haar broers zullen het bedrijf overnemen. Maar Helena wil boerin worden en meldt zich aan bij een agrarische opleiding. Daar zit ze als enige vrouw tussen de jonge mannen. De eerste dagen merken de docenten haar niet eens op; ze heeft kortgeknipt haar en docenten hebben altijd alleen jongens gezien. Ze houden het voor onmogelijk dat er een meisje in hun les zit.
Als er op een dag een nog in een roes verkerende bonkige jonge boer naast haar in de schoolbank ploft, zijn hoofd op zijn armen legt en begint te snurken is zij de enige die hem van repliek weet te dienen. Hij kan dat wel waarderen. Thuis blijkt hij een mooie boerderij te hebben en dan weet ze het wel, dit is haar kans om boerin te worden. De man neemt ze wel op de koop toe.
Dat blijkt een beslissing die niet makkelijk uitpakt. Ze wordt door haar man en zijn ouders niet gezien. Als ze iets voorstelt reageert haar schoonvader met “de prinses weet het zeker beter”. Ze voelt feilloos aan wat haar plaats is maar ze schikt zich er niet in. Ze kent het onderscheid tussen iemand met een ‘Band’, een bloedband, en een ‘Schnur’, een koord. Als de buurman langskomt zegt hij tegen haar schoonvader ‘also ist das Ihre Schnur?’.
Ik zal niet het hele verhaal vertellen; ieder die zich een beetje op z’n gemak voelt met de mooie Duitse taal kan er kennis van nemen. Het is een heel toegankelijk geschreven sfeervol verhaal met talloze illustratieve anecdotes uit het dagelijks leven die pijnlijk nauwkeurig de genderverschillen weergeven. Ook de dominantie van het boerenbedrijf dat altijd voorgaat is indringend aanwezig. Het adagium ‘eerst de koeien dan de kinderen’ is onvermijdelijk aanwezig. Als bij Helena het vruchtwater in de laarzen loopt en ze tegen haar man zegt dat hij haar naar het ziekenhuis moet brengen zegt hij dat dat niet uit komt omdat hij nog mais moet hakselen. Ze belt een buurman die met haar meegaat en na twee dagen komt haar man haar en hun dochter opzoeken.
Ze is boer geworden. Ze krijgt drie kinderen, heeft met de nodige ziektes en ongelukken te kampen en krijgt een leidende rol bij de plattelandsvrouwen organisatie. Dat brengt haar over vele grenzen, letterlijk en figuurlijk.
Het levensverhaal van een boerin, zoals er vele zijn. ( 253 pag’s – uitgeverij Rosenheimer 2011)
In het Duitse taalgebied is er een rijke voorraad literatuur over het leven op het platteland. In tegenstelling tot Nederland. Zie ook mijn beschrijving van de boeken van Dörte Hansen en Judith Zeh.